logo
Zoeken:

LEVENSLOOP

 

In 1963 startte ik mijn studie biologie in Utrecht nadat ik in de zomer van dat jaar mijn - toen nog vijfjarige - HBS b  diploma behaalde. De biologie studie viel binnen de faculteit wis- en natuurwetenschappen en elke student (circa 80 eerstejaars, met globaal een gelijke man/vrouw verhouding), volgde hetzelfde programma tot aan het kandidaatsexamen. Daarna volgde een keuzepakket, bestaande uit één hoofdvak en twee bijvakken.

Vanaf het begin van mijn studie had de menselijke kant van de biologie mijn grootste interesse, en ik koos erfelijkheidsleer als hoofdvak. Maar voordat ik de bijvakken van mijn voorkeur kon volgen - die binnen de medische faculteit vielen - moest ik tot tweemaal toe dispensatie vragen bij mijn eigen faculteitsbestuur.  Na mijn herhaald verzoek volgde toestemming, en zo stelde ik mijn studiepakket zelf samen. Aanvullend haalde ik ook nog mijn onderwijsbevoegdheid en studeerde in juni 1970 af. Hoofdvak Erfelijkheidsleer; bijvakken Pathologie en Antropobiologie. Medisch Bioloog  "Avant la Lettre" zogezegd.

Mijn werkzame leven begon ik als docent in het Middelbaar Onderwijs. Een van de belangrijkste reden hiervoor was het gegeven dat ik mijn  beroepswerkzaamheden en het moederschap wilde gaan combineren, hetgeen destijds echt niet vanzelfsprekend was.  Het werken met jongeren, hen inspireren en begeleiden bleek goed bij me te passen. Ik kon mijn eigen passie op een (substantiëel) aantal van hen overdragen. Zelf uit een groot limburgs gezin afkomstig - aansluitend aan mijn kandidaatsexamen gaf ik al enkele lessen aan brugklassers, waaronder mijn jongste broer en zus - was ook begeleiding geven mij niet vreemd.

Na mijn kandidaatsexamen trouwde ik met een medestudent, ongehuwd samenwonen was in 1967 nog een brug te ver, en in 1971 en 1972 volgden de geboorten van beide dochters. Ook in die periode bleef ik lesgeven, zij het in deeltijd, op diverse scholen en schooltypen. Vanaf 1975 volgde een stabiele werkplek op een nog jonge scholengemeenschap (Calscollege te Nieuwegein).

Tijdens de jaren van mijn docentschap volgde ik diverse aanvullende cursussen, zowel vakinhoudelijk alsook cursussen die het begeleiden van jonge mensen betroffen. Als mentor in contact met de individuele leerling, trof ik jonge mensen met -soms- een enorme existentiële problematiek. Hier kwam ik voor het eerst in aanraking met suïcidaal gedrag en al dan niet geslaagde suïcides van 17- en 18 jarigen. Een problematiek - zo concludeerde ik destijds al - die in geen enkele verhouding staat tot intelligentie en/of leervermogen. Een problematiek die geen verband houdt of heeft met interesses of talenten van de betreffende jongere. Een problematiek die het volgen en afronden van een 'normale' schoolloopbaan volledig kan ontwrichten en deze in een aantal gevallen dan ook ontwrichtte. Voor een mentor rest dan slechts een machteloos toezien.

Zo groeide, naast mijn onverminderde vakinhoudelijke belangstelling, mijn interesse naar dit - "ongrijpbare", flankerende gebied -, dat elk mens met zich meedraagt. Daarbij voegde zich gaandeweg ook ervaringen op het persoonlijke vlak met dit "ongrijpbare" fenomeen. Hetgeen een turbulente periode in mijn privé-leven was, bleek tevens een persoonlijke cursus in overleven.

In 1998, al een aantal jaren alleengaand, dochters beiden studerend en zelfstandig wonend, zelf met vervroegd pensioen gegaan, besloot ik opnieuw een studie op te pakken. Een opleiding genaamd: "Begeleiding bij bewustwordings en groeiprocessen." (Instituut Seeverens te Bunnik) Een opleiding gericht op individuele begeleiding van 'de Ander', waarbij in de aanvangsfase de eigen persoonlijke ontwikkeling onder het vergrootglas werd gelegd. "Mensenkennis begint bij zelfkennis". Was het niet de oude wijsgeer Seneca die dit eerder zei?  De term begeleiding houdt dan ook een non-directieve houding van begeleiding in, faciliteren, en géén therapeutische begeleiding. Hetgeen onverlet laat dat het effect soms ook van therapeutische waarde blijkt te zijn.

Een breed scala aan werkvormen kwam in deze drie-jarige opleiding aan de orde. Bekende en onbekende, werkvormen op aards zowel als op spiritueel niveau (meditaties), lichaamsgericht werk (rebirthing) evenals gespreksvoering. Een bijzondere vorm hiervan is Voice Dialogue, een werkwijze die het meest aansluit bij mijn persoonlijke kwaliteit. In 2001 rondde ik de opleiding met succes af.

Wanneer ik vandaag de dag - we schrijven eind 2010 - terugblik naar 2001, het jaar waarin ik kennis maakte met stichting De Einder, zie ik de ontwikkeling van een synnergetisch proces tussen de Stichting en mezelf als autonoom counselor. De maatschappelijke discussie inzake zelfbeschikking betreffende het levenseinde is volop in beeld. Stichting de Einder bevindt zich in de frontlinie. Maar er is nog veel werk te doen. Vooral ten behoeve van de individuele cliënt wil ik hiervoor mijn energie en kwaliteiten ten volle inzetten, in het besef dat ook míjn leerproces in doorgaande ontwikkeling blijft.